Welkom op de website van Traiterie Chef
Close
Raamsteeg 5 1012 VZ, Amsterdam
020-6715500 info@traiteriechef.nl
Zo gaat dat in Italië

Zo gaat dat in Italië

Het favoriete vakantieland van mijn ouders was Italië. In mijn jeugd, de jaren zestig en zeventig, was het een hele onderneming om naar zo’n ver land te reizen, dus als we gingen waren we altijd bepakt en bezakt. Boven op ons kevertje (de enige auto die bij ons een naam heeft gekregen, Kareltje), werd een imperial gemonteerd en torenhoog gevuld met een tent, kleding, speelgoed en wat al niet meer wat een gezin met twee kinderen nodig denkt te hebben. Mijn broer en ik gingen op de achterbank, maar pas nadat de laarzen en tentstokken onder de bank en de slaapzakken afgerold op de bank waren gelegd. De kinderen daar weer bovenop met een grote doos etenswaren tussen ons in. Dat was tegen het ruzie maken, zei mijn moeder. Later begreep ik dat dat nog een andere reden had en dat wij daarmee onze Hollandse roots niet verloochenden. En hup, daar gingen we, op naar het grote onbekend avontuur.

Weet je, die wereld van toen, het lijkt zover weg, maar soms zit je er weer midden in. Afgelopen jaar was ik zelf met mijn gezin naar Italië afgereisd. Niks niet twee dagen rijden in de auto, maar luxe met een vliegtuig en een huurauto ter plaatse. Als we in de ochtend bij onze vaste koffietent aan de cappuccino zitten komt er een man binnen en bestelt een pizza. Hij heeft zijn handen vol met allerlei spullen en als hij de pizza aanpakt geeft hij de caféhouder een aansteker, nieuw nog in de verpakking. “No, no” zegt de caféhouder, “due” (twee). De man kijkt hem beledigd aan, “uno” zegt hij en begint een verhaal af te steken waarom hij de pizza maar één aansteker waard vindt. De café eigenaar moet er wel om lachen, maar probeert voet bij stuk te houden. Hij wil toch echt twee aanstekers uit deze deal slepen. Maar hij delft het onderspit. De zaak is beklonken, de pizza is verkocht in ruil voor één aansteker. Schouderophalend lacht de caféhouder naar ons. “Zo gaat dat in Italië” zegt hij. Ik moet lachen, leun achterover in mijn stoel en denk terug aan mijn moeder. Ze sprak geen woord over de grens en moest op haar eigen koeterwaals van alles voor elkaar zien te krijgen. Zo onderhield ze een moeizame relatie met de dame van de campingwinkel. Want zie bijvoorbeeld maar eens met handen en voeten uit te leggen dat je paneermeel nodig hebt. Het geduld van de winkeljuffrouw werd danig op de proef gesteld en soms kregen we een koekje van eigen deeg terug.

Na een week moeizaam onderhandelen vroeg mijn moeder of zij gebruik kon maken van de telefoon om naar Nederland te bellen. Dat was geen enkel probleem en de winkeljuffrouw legt wat telefoonmuntjes op de toonbank. Na keurig betaald te hebben loopt mijn moeder naar de telefoon en werpt de muntjes in. Er gebeurt niets. Nog een keer, weer niets. Met een vragend gezicht loopt mijn moeder terug naar de juffrouw. “Il telefono è rotto” (de telefoon is stuk) zegt de winkeljuffrouw en ze draait zich resoluut om. Verbijsterd staat mijn moeder daar. “Moet ik geld betalen voor muntjes terwijl dat ding het niet doet?” Mijn moeder sputtert van alle kanten, maar het helpt haar niet. Beledigd loopt ze de deur uit en zint op wraak. Als ze de volgende dag boodschappen gaat doen zoekt ze slechts één artikel uit, legt het op de toonbank en wacht om te betalen. De winkeljuffrouw slaat het product aan op haar kassa en roept een bedrag in Lire. Vol trots legt mijn moeder de telefoonmuntjes op de toonbank, pakt haar aankoop op en loopt de deur uit. De winkeljuffrouw blijft verbijsterd achter.
Tja, zo gaat dat in Italië